ALARM OVER INTERNET PROTOCOL (IP)

Alarm over internet protocol (AoIP)

KPN stopt op 1 januari 2015 met de ISDN-dienst DigiAccess. Vanaf 1 juli 2014 wordt het serviceniveau verlaagd. Bedrijven die voor de doormelding van alarm gebruikmaken van DigiAccess dienen voor 1 juli over te stappen naar AoIP (Alarm over IP) en dat is niet altijd zonder risico.

Bedrijven zijn vaak voorzien van een inbraakmeldinstallatie (IMI) die de ongeautoriseerde binnendringing detecteert. Dit alarm wordt meestal doorgemeld naar een particuliere alarmcentrale (PAC) via de telefoonlijn. Bij bedrijven waarvan de attractiviteit van de goederen hoog of zeer hoog is, waardoor de kans op inbraak dus hoger is, gaat deze doormelding via de DigiAccess-service van KPN. DigiAccess maakt gebruik van het D-kanaal van een ISDN-verbinding voor het bewaken van de aanwezigheid van de alarmlijn via polling om de negentig seconden. Het wegvallen van de verbinding, door bijvoorbeeld sabotage, wordt daardoor snel opgemerkt en als alarm opgevolgd. Omdat KPN van zijn analoge diensten af wil en DigiAccess via ISDN nog een analoge dienst is, stopt KPN met het aanbieden daarvan. Gebruikers moeten daarom overstappen naar een digitale doormelding die gebruikmaakt van AoIP. 

Wat is AoIP?

IP staat voor Internet Protocol. Dit is een techniek die wordt gebruikt om computers met elkaar te laten communiceren. Het internet maakt gebruik van dit IP-protocol. Op deze manier kunnen computers, smartphones, tablets en allerlei andere elektronica data met elkaar uitwisselen. AoIP staat voor: Alarmtransmissie Over IP. Dit betekent dat het alarmsignaal over een netwerkverbinding via het IP aan een computer van een PAC wordt verstuurd. Nu KPN stopt met het aanbieden van deze verbinding moet het alarmsysteem aangepast worden. In de praktijk houdt dit in dat de telefoonkiezer in het alarmsysteem vervangen wordt door een IP-alarm-overdrager. Deze is verbonden met het (inter)netwerk via een router. De kans is groot dat deze router ook gebruikt wordt voor andere netwerkdiensten zoals e-mail. Daar waar DigiAccess een specifieke verbinding is met een PAC geldt dit niet voor IP. Om de betrouwbaarheid van de verbinding te garanderen zijn hierover in de VRKI 2014 afspraken vastgelegd. In het verleden kon de verbinding tussen alarmsysteem en PAC eigenlijk uitsluitend verbroken worden door bijvoorbeeld het doorknippen van de telefoonlijn. Als de alarmmelding via een (inter)netwerk gaat lopen zou ook door middel van het hacken van het netwerk het doormelden van een alarmsignaal onmogelijk gemaakt kunnen worden. Maar het zou ook kunnen dat de volledige bandbreedte van de internetverbinding op het moment van alarm al gebruikt wordt omdat bijvoorbeeld de back-up van de administratie juist op dat moment verzonden wordt. Het alarmsignaal zou daardoor vertraagd bij de PAC aan kunnen komen. 

VRKI 2014

De VRKI is de Verbeterde Risico Klassen Indeling. In de nieuwste versie van de VRKI staan onder andere de eisen vermeld waaraan de alarmtransmissie over IP moet voldoen. De VRKI hanteert de Europese normen EN50136-1 en de NPR8136, maar wijkt op enkele kleine punten hiervan af. Zo stelt de VRKI eisen aan de noodstroomvoorziening, het wel of niet toepassen van een back-up verbinding, et cetera.

Oude situatie

In de oude situatie waren er twee typen doormelding, namelijk AL1 en AL2. AL1 is de ‘ouderwetse’ telefoonverbinding. Een AL2-verbinding wordt gebruikt voor objecten waarbij de kans op inbraak groot is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan winkels in elektronica. Bij een AL2-verbinding wordt iedere negentig seconden een controlemelding uitgevoerd, waarbij het systeem test of de PAC nog bereikt kan worden. In 2007 is in de VRKI ook de AL3-verbinding opgenomen. Het niveau van alarmoverdracht is minimaal gelijkwaardig aan een AL2-verbinding, maar dan nog met een back-up verbinding. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een GSM-, GPRS- of tweede vastelijnverbinding. 

Nieuwe situatie

In de nieuwe situatie, status maart 2014, wordt het niet makkelijker. Naast de begrippen AL1, AL2 en AL3 wordt ook aangegeven of er wordt doorgemeld via een enkele alarmtransmissie (Single Path: SP) of via een dubbele alarmtransmissie (Dual Path: DP). Nu kan er dus een SP2/AL1 of een DP1/AL1 worden aangelegd. Beide pollen om de vijfentwintig uur, maar de ene heeft één alarmlijn en de andere twee. Zo wordt er ook onderscheid gemaakt tussen een DP3/AL2 en eenDP4/AL3. Het grootste verschil is dat de eerste om de honderdtachtig seconden de alarmtransmissie controleert en de tweede om de negentig seconden. Dit honderdtachtigseconden-criterium is nieuw. SP1 en SP2 betreffen een alarmtransmissiesysteem met een enkelvoudig alarmtransmissiepad. Dit is dus een alarmtransmissiesysteem waarbij een alarmmelding maar via één transmissiepad (dus op één manier) bij de PAC terecht komt. Belangrijk om te onthouden is dat de alarmtransmissie met één sabotageactie te saboteren is. Alarmtransmissiesystemen op basis van een SP-oplossing zijn dan ook niet geschikt voor objecten met een hoog inbraakrisico. DP1 tot en met DP4 (zoals genoemd in de VRKI) betreffen alarmtransmissiesystemen met een dubbel alarmtransmissiepad. Uitgangspunt bij de DP-categorieën is dat beide transmissiepaden niet met één sabotageactie tegelijk te saboteren zijn. Dit in tegenstelling tot de SP-categorieën. Er is bij de DP-categorieën dus sprake van een extra verbinding (in feite een back-up verbinding). Er is een primair transmissiepad en een secundair transmissiepad. Bij uitval van het primaire transmissiepad verloopt de alarmtransmissie naar de PAC via het secundaire pad. De verschillen tussen de DP1- tot en met DP4-transmissiesystemen bestaan met name uit de frequentie van de controlemeldingen op de lijn. Bij een DP1-transmissiesysteem geschiedt de controlemelding op zowel het primaire als secundaire transmissiepad eens per vijfentwintig uur. Bij een DP4-transmissiesysteem is dit iedere negentig seconden op de primaire verbinding en elke vijf uur op de secundaire verbinding. Tenzij de primaire verbinding is weggevallen, dan dient de controle op de secundaire verbinding ook iedere negentig seconden te zijn. 

Protocollen

Wat nu extra belangrijk wordt, is dat er duidelijke afspraken (protocollen) worden gemaakt tussen de verzekerde en de PAC. Dit om vast te leggen wat moet gebeuren als er een lijn wegvalt. Een scenario is denkbaar dat bij het wegvallen van de primaire lijn (door sabotage) bij een DP3/AL2 of DP4/AL3 de meldkamer wacht tot er een melding komt via het secundaire kanaal of de polling via het secundaire kanaal afwacht. Dit geeft extra tijdsverlies. Als bijvoorbeeld eerst het GSM/GPRS signaal onderdrukt wordt met een ‘jammer’ en dan het primaire kanaal wordt gesaboteerd, dan gaat er extra tijd verloren. 

Besloten netwerken

Hoewel de VRKI geen eisen stelt aan het type netwerk (doormelding mag via internet) kan voor de hogere risico’s (VRKI 3*, 4 en 4*) een besloten netwerk (ofwel een Besloten Alarmtransmissieverbinding (BAV)) wenselijk zijn. Deze wens dient dan (door de eisende partij) in het Programma van Eisen (PvE) vastgelegd te worden. Het is verstandig om dit door de verzekeraar te laten beoordelen. 

Schematische voorbeelden

Schematische voorbeelden

Om de risicoklassenindeling te verduidelijken hierbij een aantal voorbeelden, met als vergelijking nog even de oude transmissiesystemen erbij (zie illustratie hierboven):

Risicoklasse 1 EN 2 (AL1)
Bij risicoklasse 1 en 2 van de VRKI kan gekozen worden voor een enkelvoudige verbinding conform SP2. In bovenstaand schema is de uitwerking van een SP2-alarmtransmissie gevisualiseerd.

Risicoklasse 3 (AL1)
Bij risico’s die behoren tot risicoklasse 3 dient minimaal DP2 toegepast te worden.

Risicoklasse 3* EN 4 (AL2)
Toepassing van DP3 is noodzakelijk. Er wordt net als bij risicoklasse 3 gebruik gemaakt van een dual path verbinding. Het verschil (DP2 ten opzichte van DP3) zit echter in de prestatie-eisen, onder andere polling om de honderdtachtig seconden. Het is in deze configuratie toegelaten uit te gaan van een primair pad, aangevuld met een secundair pad. Het secundaire pad kan worden ingevuld met bijvoorbeeld een GSM/GPRS-modem. De toepassing van een besloten netwerk is een optie. Als deze optie noodzakelijk is dient deze in het PvE vastgelegd te worden.

Risicoklasse 4* (AL3) 
Qua opbouw is deze identiek aan DP3. Het verschil zit in de prestatie-eisen (DP3 ten opzichte van DP4) ten aanzien van de beschikbaarheid en rapportagetijd.

Dit artikel is afkomstig uit de Beursbengel, een toonaangevend verzekeringstechnisch vakblad voor de verzekeringsprofessional. De Beursbengel is een uitgave van NIBE-SVV, gerenommeerd opleidingsinstituut voor het bank-, verzekerings- en effectenbedrijf.

Conclusie

AoIP is onvermijdelijk. Maar indien doordacht toegepast, hoeft dit zeker niet altijd slechter te zijn dan een AL2-verbinding. Ook hier geldt dat overleg met de verzekeraar vaak praktisch is.

Vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan gerust contact met ons op.
 

► Volg Stopel op Facebook
► Volg Stopel op Twitter
 

/sites/default/files/images/agness.jpg
/sites/default/files/images/albertje.jpg
/sites/default/files/images/arjan.jpg
/sites/default/files/images/ellen2.jpg
/sites/default/files/images/dian.jpg
/sites/default/files/images/esther.jpg
/sites/default/files/images/frank.jpg
/sites/default/files/images/gerdia.jpg
/sites/default/files/images/gertjan.jpg
/sites/default/files/images/jaque.jpg
/sites/default/files/images/ronald.jpg
/sites/default/files/images/ronny.jpg
/sites/default/files/images/sylvia.jpg
/sites/default/files/images/tony.jpg
/sites/default/files/images/jon2.jpg
/sites/default/files/images/henri.jpg
/sites/default/files/images/veronique.jpg