JURISPRUDENTIE CASES

Jurisprudentie Cases

Dit artikel biedt een selectie van (uittreksels van) nationale rechterlijke uitspraken op het gebied van verzekeringen. In dit geval worden cases van schadeverzekeringen, transport en het KIFID behandeld.

Inhoudsopgave:
Case 1: Kifid - Een klacht
Case 2: Kifid - Een eenmalig consult
Case 3: Schadeverzekeringen - Overval op apotheek
Case 4: Transport - Onbetaalde vracht

 

Een klacht

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 5 maart 2015, nr. 2015-071

Consument heeft per 1 juni 2008  een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten bij Aangeslotene. In de polisvoorwaarden is uitgesloten van de dekking: ‘een ziekte, aandoening, gebrek en/of letsel waarvan de verzekering op de hoogte was of redelijkerwijs had kunnen zijn op de ingangsdatum van deze verzekering.’
Consument  raakt per 1 juli 2010 arbeidsongeschikt, waarna Aangeslotene het verzekerde maandbedrag uitbetaald. Blijkens het schadeaangifteformulier is de diagnose ‘nekhernia’ gesteld. Zij heeft onder andere last van rug- en nekklachten.
Na een medische herbeoordeling in 2013  beroept Aangeslotene zich op vorenstaande uitsluiting. Uit medische informatie blijkt volgens Aangeslotene dat Consument sinds haar zestiende al bekend is met rugklachten en dat die klachten in juli 2010 weer zijn gaan opspelen. Verder zijn er in 2006 röntgenfoto’s van haar onderrug gemaakt. Volgens Aangeslotene zouden daarop afwijkingen te zien zijn die al jaren zouden hebben bestaan, aldus Aangeslotene. Aangeslotene trekt dan ook de conclusie dat de klachten reeds bestonden vóór de ingangsdatum van de verzekering.
Consument vordert hervatting van de uitkering. De rus- en nekklachten als gevolg waarvan Consument arbeidsongeschikt is geworden, zijn in 2010 ontstaan, ná het aangaan van de verzekering. Voor de ingangsdatum ondervond ze geen klachten, althans niet meer dan een gemiddeld mens. De klachten die ze toen ondervond waren voorbijgaand, aldus Consument.
De Commissie stelt voorop dat niet doorslaggevend is of Consument op 1 juni 2008 op de hoogte was of redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van bepaalde klachten: vereist is dat zij op de hoogte was of redelijkerwijs had kunnen zijn van de aandoening waardoor haar arbeidsongeschiktheid veroorzaakt (vlg. Commissie van Beroep 2012-02, nov. 4.1.3). hoewel kan worden aangenomen dat de klachten het gevolg zijn van een slijtage en die slijtage gedurende een langere periode is ontstaan, kan op basis van de medische gegevens niet worden aangenomen dat Consument al voor de ingangsdatum van de verzekering met deze aandoening bekend was of had moeten zijn. Zij had namelijk vóór 2010 geen noemenswaardige klachten. De Commissie wijst de vorderingen van Consument toe. 
Terug naar boven

 

Een eenmalig consult

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 5 maart 2015, nr. 2015-078

Consument heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten bij Aangeslotene. Voorafgaand daaraan heeft Consument op 27 november 2004 een gezondheidsverklaring ingevuld. Eén van de vragen daarin luidde als volgt: ‘Bent u de laatste 36 maanden onder behandeling of controle geweest van een huisarts, bedrijfsarts, specialist, psycholoog of andere paramedische hulpverlener?’ zij heeft deze vraag met ‘nee´ beantwoord.
In februari 2012 heeft Consument een beroep gedaan op haar arbeidsongeschiktheidsverzekering. Aangeslotene heeft de claim afgewezen en zich op het standpunt gesteld dat Consument niet aan haar mededelingsplicht  als bedoeld in artikel 7:928 BW heeft voldaan. Consument blijkt namelijk in januari 2003 een bezoek gebracht te hebben aan haar huisarts wegens klachten tijdens de overgang. 
Consument  vordert dat Aangeslotene tot uitkering overgaat. Zij was immers niet onder behandeling, aldus Consument. Consument heeft zich in januari 2003 slechts eenmalig tot haar huisarts gewend voor een consult, hetgeen  niet als een controle kan worden beschouwd. Het consult  leidde noch tot een behandeling noch tot een controle.
Aangeslotene is daarentegen van mening dat zij vorenstaande vraag met ‘ja’ had moeten beantwoorden en dat in dat geval een dekkingsbeperking was toegepast. Het onderscheid tussen een behandeling en controle is erin gelegen dat wanneer een huisarts (voor een eerste maal) wordt bezocht, de patiënt bepaalde klachten heeft die hij/zij wil laten controleren. Mocht uit de controle blijken dat behandeling nodig is, dan vangt op dat moment de behandeling aan. Het consult van Consument in januari 2003 dient derhalve aangemerkt te worden als een controle, aldus Aangeslotene.
De Commissie gaat daar niet in mee. Naar het oordeel van de Commissie was het voor Consument niet duidelijk dat zij zelfs het enkele bezoek aan de huisarts had moeten melden. De Commissie past de contra-proferentemregel toe. Daar komt bij kijken dat Aangeslotene ter zitting heeft erkend dat de vraagstelling later is aangepast. De Commissie wijst de vorderingen van Consument toe.
Terug naar boven

 

Overval op apotheek

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 10 februari 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:453 Prg. 2015/93, JA 2015/60

De zorgplicht van de werkgever kan niet incidentele gevallen ver gaan, dat is bekend. Het hierna te bespreken vonnis en daarop volgend arrest laten zien hoe de feitenrechter verschillend kan oordelen over dezelfde kwestie.

► De feiten

De apotheek is 24 uur per dag geopend. Werkneemster had op 12 februari 2012 nachtdienst en was als enige aanwezig in het pand. Omstreeks 03:00 uur zijn drie personen via de achterzijde van de apotheek binnengedrongen. Werkneemster bevond zich toen op de bovenverdieping. Zij hoorde lawaai van de inbrekers en probeerde de politie te bellen, maar dat lukte niet omdat zij vergat de ‘0’ in te toetsen. Nadat twee van de vermomde inbrekers de verdieping waar de werkneemster zich bevond hadden betreden en een vuurwapen op haar richtten, is zij uit angst uit een raam aan de voorzijde gesprongen. Ten gevolge van de sprong heeft zij letsel opgelopen. Ziekenhuisopnamen tezamen met de daaropvolgende revalidatie duurden van 12 februari 2012 tot en met 22 maart 2012.
Werkneemster is arbeidsongeschikt geweest vanaf dit ongeval tot het moment waarop haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd per mei 2013 eindigde.
Gegeven is aldus dat de werkneemster dit ongeval overkwam tijden de uitoefening van haar werkzaamheden ten behoeve van werkgever en dat zij schade heeft geleden. Artikel 7:658 BW is mitsdien van toepassing.

► Bij de rechtbank in Limburg

Werkneemster achtte de apotheek aansprakelijk op grond van art. 7:658 BW.  Zij stelde dat de apotheek in onvoldoende mate heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht en er niet alles aan heeft gedaan om voorvallen als het onderhavige te voorkomen.
De apotheker betwistte de aansprakelijkheid en stelde dat hij zijn zorgplicht had nageleefd. Partijen waren het eens dat aan de voorzijde van het pand, waar de klanten het pand betreden, de apotheek voldoende veiligheidsmaatregelen had getroffen. De toegang van de achterzijde was behoorlijk beveiligd. De apotheek was niet eerder overvallen. Niets is komen vast te staan dat vergelijkbare overvallen bij andere apotheken in de buurt zijn geweest, noch bij andere vestigingen van de keten waarvan deze apotheek deel uitmaakt. Een overval is geen bekend risico voor een apotheek, anders dan een juwelier of een bank. Het pand ligt aan de achterzijde naast een woonwijk en is de hele nacht aan de buitenzijde verlicht. De inbrekers hebben drie meter moeten overbruggen om op de aanbouw te komen. De ramen die er waren konden niet open en waren van dubbel glas voorzien. Bovendien was er recent nog een arbo-onderzoek gedaan, waaruit geen risico voor inbraak aan de achterzijde was gevolgd. Een alarmpieper had de overval niet kunnen voorkomen. Het personeel heeft een training ‘omgaan met verbale agressie en geweld’ gevolgd.
De rechtbank wees aansprakelijkheid af. Het criterium van de op de werkgever rustende zorgplicht uit art. 7:658 BW is niet dat de werkgever ‘er alles aan heeft gedaan’ om schade voor de werknemer te voorkomen. Slecht vereist dat de werknemer wordt beschermd tegen gevaar als redelijkerwijs in verband met de arbeid gevergd kan worden. Art. 7:658 BW beoogt niet een absolute waarborg te scheppen. Van belang zijn de concrete omstandigheden. Op grond van de hiervoor vermelde omstandigheden strandde de vordering.

► Hoger beroep

In hoger beroep stelde het hof voorop dat het aan de apotheker was om te stellen en zo nodig te bewijzen. Kort gezegd, dat zij als die maatregelen heeft genomen en al die aanwijzingen heeft gegeven die redelijkerwijs nodig waren om schade te voorkomen. Weliswaar is, zoals de HR bij herhaling heeft overwogen, met de zorgplicht van de werkgever uit art. 7:658 BW niet beoogd een absolute waarborg te scheppen voor bescherming van de werknemer tegen het gevaar van arbeidsongevallen, maar gelet op de ruime strekking van de zorgplicht kan niet zo snel worden aangenomen dat de werkgever daaraan heeft voldaan )zie HR 12 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3129). Indien de werkgever ter onderbouwing van zijn verweer dat hij de in art. 7:658 lid 1 BW  genoemde verplichtingen is nagekomen voldoende concrete feitelijke gegevens aanvoert, zal van de werknemer mogen worden verlangd dat hij zijn betwisting van dat verweer voldoende concreet motiveert, zij het dat aan die motivering niet zodanig hoge eisen mogen worden gesteld dat in betekenende mate afbreuk wordt gedaan aan de strekking van art. 7:658 lid 2 BW (zie HR 25 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3017).
Werkneemster betwistte in hoger beroep dat de ruimtes waarin zij werkzaam was voldoende waren beveiligd. Zij wees erop dat de achterzijde vrij toegankelijk was en dat uit verrichten op internet bleek dat kort voor deze overval andere apotheken in de regio waren overvallen. Verder voerde zij aan dat de apotheker aan haar geen instructie had gegeven hoe te handelen bij onraad of om de alarmpieper bij zich te dragen terwijl zij gedurende de nacht als enige in het pand aanwezig was. Het hof stelde daarop vast dat de apotheker rekening kon en moest houden met een overval vanwege deze omstandigheden: de branche (een apotheek met waardevolle goederen), de 24 uur openingstijd, de aanwezigheid van slechts één werknemer en de aanwezigheid van contant geld. Het beroep van de apotheker op de arborisico-inventarisatie weerlegde het hof door erop te wijzen dat het risico van een overval daarin niet is onderzocht.
Ten aanzien van de vraag of van de apotheker verwacht mocht worden dat hij voordat de overval zich voordeed meer maatregelen daartegen had genomen, beantwoordde het hof bevestigend. De door de apotheker getroffen maatregelen  hebben zich volgens het hof geconcentreerd op de voorzijde van het pand. De achterzijde is daarbij naar het oordeel van het hof achtergebleven. Daarnaast acht het hof van belang dat werknemers niet waren geïnstrueerd om de alarmpieper bij zich te dragen. Tot slot heeft de apotheker geen instructies gegeven hoe te handelen bij onraad.
Het hof concludeert daarop dat de apotheker niet alle maatregelen heeft genomen en niet alle aanwijzingen heeft gegeven die redelijkerwijs nodig zijn om de schade die het gevolg is van de overval te voorkomen, en dus aansprakelijk is.
Door Mr. R Meelker, De auteur is advocate bij Marree en Dijxhoorn Advocaten te Amersfoort.
Terug naar boven

 

Onbetaalde vracht

CMR; stuiting van de verjaring S&S 2015, 42 Hof s’-Hertogenbosch, 8 juli 2014

Het kan nooit kwaad om bij herhaling te schrijven over schorsing en stuiting van de verjaring in CMR-zaken.
Schorsing van de verjaringstermijn kan alleen voor ladingsclaims (art. 32 lid 2 CMR). Schorsing van de termijn houdt in dat de termijn stopt op het moment dat de ladingbelanghebbende de CMR-vervoerder schriftelijk aansprakelijk stelt, en de verjaringstermijn gaat weer verder lopen vanaf het moment dat de vervoerder de vordering schriftelijk afwijst.
Stuiting van de verjaringstermijn houdt in dat de crediteur zijn debiteur uitdrukkelijk en schriftelijk aansprakelijk stelt (dat kan ook per e-mail). Om duidelijk te maken dat het om een stuiting gaat, is het aan te raden om in de aanmaningsbrief of e-mail te vermelden dat het om een stuiting van de termijn in de zijn van art. 3:317 BW gaat. Een stuiting van de verjaringstermijn betekent dat de volledige termijn (bij CMR-vervoer bijvoorbeeld één jaar) vanaf de dag van de stuiting weer geheel opnieuw begint te lopen.
Die mogelijkheid van stuiting van de verjaringstermijn is bij CMR-vervoer niet van toepassing op ladingsclaims (die termijn kan alleen één keer worden geschorst), maar wel op alle overige vorderingen die uit de CCMR-vervoerovereenkomst voorvloeien. De belangrijkste daarvan is de vrachtvordering. Let op, de verjaringstermijn voor al die overige vorderingen, niet zijnde ladingsclaims, bedraagt één jaar en drie maanden na de sluiting van de vervoerovereenkomst.
Met betrekking tot ladingclaims is dit onderwerp behandeld door de Hoge Raad 20 december 2013, S&S 2014, 62, door mij uitgebreid besproken in de Beursbengel, nr. 837, sept. 2014, p. 31.
In de onderhavige zaak gaat het niet om verjaring van de ladingclaim, maar om verjaring van enerzijds de vordering van de vervoerder wegens onbetaalde vracht. En vergoeding van schade door overbelading van pallets en anderzijds de vordering van de afzender voor vergoeding van schade vanwege het niet door de vervoerder terug vervoeren en aan de afzender retourneren van lege pallets.
De rechtbank wijdt aan deze kwestie in twee vonnissen negen dichtbedrukte pagina’s tekst en het hof doet de zaak nog een ruim over met 7,5 pagina’s tekst. Al het gedoe met rijen cijfers en de vraag wanneer de verjaringstermijn voor iedere vordering precies begint, laat ik hier terzijde en ik beperk mij tot de juridische uitkomst van dit geschil.
Tussen de CMR-vervoerder en de afzender was een zogenoemde raamovereenkomst gesloten. Maar terecht oordeelt het hof dat iedere keer dat er vervoerd werd, de relevante individuele vervoerovereenkomsten werden gesloten. Derhalve moet ervan worden uitgegaan dat dit sluiten van de vervoerovereenkomst gebeurde op de dag dat het vervoer in kwestie een aanvang nam. Dat betekent dus dat de termijn van in casu één jaar en drie maanden na het sluiten van de vervoerovereenkomst aanvangt na afloop van de betreffende individuele vervoerovereenkomst, dat wil zeggen de dag waarop het vervoer werd uitgevoerd.
Iedere vrachtvordering en iedere vordering wegens schade door overbelading van de pallets verjaart derhalve één jaar en drie maanden nadat het betreffende vervoer is uitgevoerd. Het hof stelt feitelijk vast dat bij een aantal van die vorderingen de één-jaar-en-drie-maandentermijn nog niet verjaard was, omdat er voor afloop van die termijn een stuitingsbrief was gezonden. Dat betekent dat vanaf de dag dat de stuitingsbrief is verzonden de één-jaar-en-drie-maandentermijn voor die vorderingen weer is gaan lopen. Hetzelfde geldt ook voor de vorderingen van de afzender wegens het niet-retourneren van de lege pallets. Met andere woorden, bij CMR-vervoer kunnen alle vorderingen met uitzondering van ladingclaims gemakkelijk gestuit worden door het zenden van de zogenoemde stuitingsbrief (mag ook per e-mail) en die stuitingshandeling kan desnoods nog herhaald worden, mits een en ander  maar binnen de hier toepasselijke verjaringstermijn van één jaar en drie maanden na het sluiten van de vervoerovereenkomst gebeurt. 
Veel beter is, en dat geldt zeker ook voor ladingclaims, dat de afzender met de vervoerder een verlenging van de verjaringstermijn overeenkomt voordat de termijn gaat verjaren. En wordt die verlenging niet verleend, dan maar dagvaarden! 
Door Prof. mr.M.H. Claringbould, De auteur is advocate bij Van Traa Advocaten te Rotterdam.

Deze cases zijn afkomstig uit de Beursbengel, een toonaangevend verzekeringstechnisch vakblad voor de verzekeringsprofessional. De Beursbengel is een uitgave van NIBE-SVV, gerenommeerd opleidingsinstituut voor het bank-, verzekerings- en effectenbedrijf.
Terug naar boven

________________________________________________________________________________
Heeft u vragen, wilt u meer informatie of advies? Neem contact met ons op of laat uw gegevens achter en wij bellen u zo spoedig mogelijk terug.

 Stopel op Facebook
► Stopel op Twitter

Stopel Bedrijfsverzekeringen B.V.     Kwaliteit is een keuze.

/sites/default/files/images/agness.jpg
/sites/default/files/images/albertje.jpg
/sites/default/files/images/arjan.jpg
/sites/default/files/images/ellen2.jpg
/sites/default/files/images/dian.jpg
/sites/default/files/images/esther.jpg
/sites/default/files/images/frank.jpg
/sites/default/files/images/gerdia.jpg
/sites/default/files/images/gertjan.jpg
/sites/default/files/images/jaque.jpg
/sites/default/files/images/ronald.jpg
/sites/default/files/images/ronny.jpg
/sites/default/files/images/sylvia.jpg
/sites/default/files/images/tony.jpg
/sites/default/files/images/jon2.jpg
/sites/default/files/images/henri.jpg
/sites/default/files/images/veronique.jpg